Gedurende de zwangerschap kom je gemiddeld zo’n 12 keer op controle. In de eerste periode om de 4 weken, vanaf 24 weken iedere 3 weken, vanaf 30 weken om de 2 weken en na 36 weken kom je wekelijks op controle. Afhankelijk van verschillende oorzaken kun je – indien gewenst of nodig – vaker ingepland worden.

Tijdens elke controle wordt de bloeddruk en het gewicht gemeten. Rond de 30 weken wordt ook het suikergehalte en het ijzergehalte in het bloed middels een vingerprik bepaald. De groei van de baarmoeder wordt beoordeeld om vast te stellen of de baby voldoende groeit. Er wordt naar de harttonen geluisterd en de ligging van het kindje wordt bepaald. Vanaf ongeveer 20 weken voel je het kindje bewegen en zal hier ook naar gevraagd worden. Rond 36 weken worden er belinstructies gegeven en wordt er gevraagd of je al een keuze gemaakt hebt wat betreft de plaats van de bevalling. Als je een geboorteplan gemaakt hebt is het fijn dit te bespreken. Alle controles komen in een persoonlijk mapje en het is handig om dit steeds bij je te dragen zodat je altijd en overal de gegevens over je zwangerschap bij de hand hebt zo nodig.

 

We streven ernaar je afwisselend bij de verschillende verloskundigen in te plannen zodat je ons allebei leert kennen. Dit vinden we belangrijk voor het opbouwen van een vertrouwensband met ons allen en omdat we afwisselend dienst draaien.